Pionieren met ijzerzand in het lab

‘Risicovol’, zo beschrijft oud-trainee Chris van Naarden het project achteraf. “Toch wou ik graag iets heel concreets doen, en geen interviews afnemen over een abstracte beleidsvraag.” Het viel te bezien of het idee om drainagewater te filteren met ijzerzand echt kans van slagen had. Toch draait inmiddels een proefinstallatie die volgens verwachting lijkt te werken.

De waterkwaliteit in het agrarisch gebied is vaak matig door een overschot aan voedingstoffen. “Je krijgt een soort Pokonbodem waar maar een paar soorten het goed op doen”, verklaart Niels Lenting.  Niels is specialist agrarisch waterbeheer bij Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnladen en was in 2019 opdrachtgever van het project. “Ik verwachtte er niet zo heel veel van”, biecht hij op. “Wel vond ik het principe van Chris origineel en als het zou werken heeft het veel potentie. Ik zag maar een manier om erachter te komen: het onderzoeken.”

Afgekeken van de bollenteelt

“Ik had gezien dat er in de bollenteelt, waar zeer intensief wordt bemest, goede resultaten werden gehaald door drainagewater te filteren met ijzerzand”, verklaart Chris zijn ingeving. “Dat principe zou in het veenweidegebied ook kunnen werken.” Door het gebruik van drukdrains wordt het grootste deel van de neerslag bij een pompput ‘geloosd’ in de sloot, in tegenstelling tot de gangbare situatie, waarbij de sloot het perceel draineert. Omdat je nu een zogenaamde puntbron creëert, kun je met een effectief filter veel van de voedingstoffen uitvangen. “Vergelijk het met een energiecentrale, waar je op een punt in de schoorsteen veel schadelijke stoffen kan uitfilteren”, licht Chris toe.

Aanvankelijk sceptisch

Dus trokken de trainees gewapend met testkits het veld in om te kijken hoe het met de waterkwaliteit gesteld is. Niels was toen nog sceptisch omdat de concentraties fosfaat (een belangrijke voedingstof voor ongewenste planten) in het veenweidegebied veel lager liggen dan in de bollenstreek. De groep liet zich niet uit het veld slaan en spendeerden meerdere vrijdagmiddagen in het lab van de waterzuivering. In een geïmproviseerde proefopstelling haalden de trainees watermonsters door het ijzerzand. Niels: “De uitkomst heeft mij heel erg verbaasd. De concentraties na de proeven waren zo laag dat ze in veel gevallen niet eens te meten waren.”

“Een traineeproject leent zich goed voor een onderwerp waar je in de waan van de dag niet aan toekomt”

 

Volgens Niels was vooral het ‘wilde’ enthousiasme van de groep bepalend voor het succes. “Iedereen was echt heel betrokken bij het onderwerp en vastbesloten alles uit de tien weken te halen. Niet alleen inhoudelijk, want ik herinner me nog de leuke combinatie van leerdoelen die soms ook buiten iemands comfortzone lagen.”

Kom zelf met ideeën

“Ik wil graag iets zinvols doen en niet iets op wat al lang ergens op de plank lag, dat kan ik iedereen aanraden”, vertelt Chris. Vandaar dat hij Niels zelf heeft gevraagd om de begeleiding op zich te nemen, ook vanwege zijn inhoudelijke kennis. Zo was hij naast projectleider een expert waarop de groep terug kon vallen. Niels hoopt op meer dit soort projecten: “Tien weken lijkt me misschien kort, maar een traineeproject leent zich goed voor een onderwerp waar je in de waan van de dag niet aan toekomt of waar je de capaciteit niet voor hebt.”

Inmiddels draait een pilotopstelling in het veld in Spengen, die een fosfaatreductie van negentig procent laat zien. Het traineeproject werd opgepikt door diverse vakbladen en ook andere waterschappen toonden interesse in het concept. Chris denkt dat helpt dat het een tastbaar en haast avontuurlijk project is. “Als er iets in de praktijk gebeurt worden mensen enthousiast, zeker als het vanuit een jonge groep starters komt. En dat het ook echt werkt, helpt natuurlijk ook mee.”

Menu